Je bent hier: Home > Jubileumdienst
JUBILEUMDIENST
Preek gehouden in de Dorpskerk van Oudehaske ter gelegenheid van het 100 jarig jubileum van het Christelijk onderwijs ter plaatse.
Gelezen werd : Psalm 25
Vrienden,
aan dit 100 jarig jubileum wil ik graag een bijdrage leveren door in deze viering iets zeggen over de betekenis en het belang van goed christelijk onderwijs.
Kortweg zou ik het doel van alle onderwijs als volgt willen omschrijven: het verkrijgen van kennis over de werkelijkheid waarin wij leven.
We gingen allemaal naar school om te leren wat links en wat rechts is, wat hoog is en laag, breed en diep. We leerden lezen en schrijven. We kregen taal en rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis en zo kregen we kennis van de wereld om ons heen, van de geschiedenis waarin we staan, van de cultuur waarin wij leven.
In het verkrijgen van kennis van de werkelijkheid om ons heen, speelt ons standpunt van waaruit we die werkelijkheid beschouwen, een grote rol.
De werkelijkheid waarin wij leven is maar niet iets objectiefs buiten ons, zij is gebonden aan onze beleving en waarneming. (Immanuel Kant)
In zekere zin wordt zij door ons geconstrueerd. Wij maken op grond van onze ervaringen, onze gedachten en aannames over die werkelijkheid een persoonlijk wereldbeeld. Eigenlijk is een wereldbeeld een soort plattegrond van de werkelijkheid, van ons leven, van deze wereld. Die helpt ons onze weg door het leven te vinden, zoals een plattegrond ons de weg door een vreemde stad helpt vinden.
Er is niets wat in zichzelf iets betekent, alles ontvangt een betekenis door de waarnemer. Mensen nemen dezelfde werkelijkheid waar, maar construeren of interpreteren hem verschillend. Voor de ene mens is een temperatuursdaling in een kamer een welkome verfrissing, voor de ander is het een kou-inval.
Mensen zijn nu eenmaal verschillend.
De consequentie hiervan is dat binnen onze ervaringswereld nauwelijks zekerheid te vinden valt van wat buiten ons is.
Het is dus van belang dat we ons bewust zijn van wat ons helpen kan onze ervaringen en gewaarwordingen te duiden en te ordenen.
Want als we alleen op ons gevoel afgaan, raken we gauw in verwarring.
Het gevoel is dus geen betrouwbare gids door het leven.
Het verstand wel?
De Verlichting hield ons voor redelijke wezens en de mens van de Verlichting ging dus op zijn verstand af. Bovendien, en dat wisten de oude Griekse filosofen al, zou de rede als vanzelf tot deugdzame mensen leiden. Wij denken nog steeds dat als je onderwijs geeft en mensen bewust maakt, dat ze dan betere en deugdzamere mensen zullen worden.
Bewustwording was het woord waar mijn generatie warm voor liep.
Wij moesten ons bewust worden van de dreiging van kernwapens, van de stervende bossen, de bedreigde zeeën. Het onderwijs moet zo’n beetje alle maatschappelijke problemen oplossen. We stoppen miljoenen in voorlichting en bewustwording.
Maar helpt dat? Maakt ons dat tot redelijker en deugdzamer mensen?
Wat voor de een redelijk is, is voor de ander volstrekt onredelijk.
De rede, ons verstand, op zichzelf is neutraal, zonder deugd.
Zij is middel en nooit doel. We hebben er fantastische dingen mee bereikt. Maar dat betekent nog niet dat wat onze rede over de wereld zegt zondermeer de waarheid is.
Toen in de oorlog velen toekeken hoe joden werden weggevoerd, deden de meeste mensen precies wat de rede hen ingaf. Die vertelde hen dat als ze onderduikers hielpen, ze doodgeschoten konden worden. Door zich niet met de razzia’s te bemoeien bewaarden zij hun eigen leven.
Dat was toch een alleszins redelijke gedachte, vindt u niet?
De paar mensen die wél in verzet kwamen en onderduikers hielpen zeggen vaak: ‘Ik móest dat gewoon doen.’
Zij werden niet door hun rede of verstand tot zulke daden aangezet, maar door iets ánders.
Met andere woorden, als het erop aankomt in het leven werkt de rede niet afdoende en schiet ons verstand te kort.
Voorlichting en bewustwording leiden niet vanzelf tot een deugdzamere en betere mensen.
De vraag die nu voor ons ligt is dus hoe we onszelf beschermen als het gevoel niet betrouwbaar is en als onze rede gemakkelijk faalt.
We beschermen onszelf door op iets hogers te vertrouwen.
We beschermen onszelf niet door de rede, maar door geloof.
Hier komt de bijbel in het gezichtsveld.
Eigenlijk is de bijbel één grote plattegrond van het leven.
Het is een spiegel waarin het leven uitgetekend staat in onze misère en grandeur, in onze dromen en teleurstellingen.
Heel ons menselijk leven met al wat daarin is, staat in de bijbel uitgetekend.
Psalm 25 is een oude en vertrouwde psalm en allemaal hebben we ooit enkele verzen op school uit het hoofd moeten leren.
Psalm 25 is een bede om goddelijke hulp.
“Naar u, HEER, gaat mijn verlangen uit,
mijn God, op U vertrouw ik, maak mij niet te schande,
laat mijn vijanden niet triomferen.”
De wereld is een vijandige wereld.
Was zij dat niet, we zouden onze kinderen nergens voor hoeven te waarschuwen.
De wereld is een gevaarlijke wereld.
En onze rede alleen, ons verstand, is niet betrouwbaar genoeg om ons met die wereld te verstaan.
Ons gevoel is niet betrouwbaar genoeg om ermee een richting te vinden voor ons leven.
We hebben dus iets nodig, we hebben Iemand nodig die ons helpt, die ons een weg wijst door de wereld. Iemand die ons vertrouwen waard is, die ons draagt.
God zelf.
In zekere zin (zou je kunnen zeggen) noemt deze psalm vier doelen waarin het in christelijk onderwijs zou moeten gaan.
Want waar vraagt de dichter om?
vers 4 : Maak mij met uw wegen vertrouwd (1)
en leer mij uw paden te gaan, (2)
vers 5 : wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij (3)
want u bent de God die mij redt. (4)
Christelijk onderwijs leert kinderen naar de wereld kijken vanuit het besef dat er een God is die deze wereld geschapen heeft.
Dat de wereld geschapen is, wil zeggen dat ze geschonken is.
Deze wereld en ons leven is een geschenk en geen zinloos toeval.
Er staat bij dat God de wereld in zes dagen schiep.
Dat is een tijdspanne die we kunnen bevatten en overzien. Dat zegt ons dat de wereld op menselijke maat is toegesneden. Ze is een huis waarin we als familie mensheid met elkaar moeten wonen en dat we met elkaar bewoonbaar moeten houden.
Het komt er dus op aan hóe we leven.
We hebben een stijl nodig.
We hebben voorbeelden nodig.
Onze ervaringen zijn willekeurig en ons verstand is niet betrouwbaar, vandaar die bede: ‘Leer mij uw paden kennen. Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij, want u bent de God die mij redt.’
Christelijk onderwijs wijst kinderen op die wegen van God, brengt ze in contact met zijn waarheid. Ik weet het, er bestaat geen christelijk rekenen en geen christelijke aardrijkskunde, maar er bestaat wel een christelijke bril waarmee we naar deze wereld kijken. Er bestaat wel een christelijke plattegrond uitgetekend door Jezus Christus in wie God zich heeft laten zien in zijn grootheid en kwetsbaarheid.
Een christelijke school is niet per se beter dan een niet-christelijke school.
Er zijn ouders die, zelf verlegen met het christelijk geloof, hun kinderen naar een christelijke school sturen vanuit de gedachte: baat het niet, schaadt het ook niet.
Welnu, slecht christelijk onderwijs schaadt wel.
En slecht christelijk onderwijs is onderwijs waarbij je aan de onderwijzers niet merkt waar hun eigen geloof zit en wat dat voor hen betekent.
Vakbekwaamheid is één ding, een zichtbaar, persoonlijk geloof is iets anders.
Liefde voor het vak is nodig.
Liefde voor het kind is gewenst.
Maar liefde voor God in Jezus Christus, is vereist.
Op sollicitatieformulieren wordt wel de vraag gesteld welk onderwijs men genoten heeft.
Je kunt onderwijs ondergaan, maar de bedoeling is dat je het geniet.
Onderwijs is iets om te genieten.
Genieten heeft niet alleen te makken met nuttigen en met nut, maar ook met genot. Genot is een gevolg van een positief ervaren werkelijkheid.
Jazeker, de wereld is gevaarlijk en vijandig, maar door de bril van het geloof bekeken is de wereld een fantastische plek om te wonen en oud te worden.
Een plek om te genieten.
Samenvattend: Waarom christelijk onderwijs? Wat is haar betekenis, haar doel?
Onderwijs is christelijk onderwijs als ze het kind helpt zijn vermogen tot genieten en liefhebben te vergroten.
En daarin slaagt ze als kinderen Gods wegen en Gods waarheid gaan ontdekken.
´Gods verborgen omgang vinden´ heet dat. En wie daar door zijn school, of door een leerkracht maar enige notie van heeft gekregen, die heeft fantastisch christelijk onderwijs genoten.
De Tarissing wens ik toe dat zij nog minstens een eeuw kinderen op dat spoor mag wijzen en voor deze waarheid mag toerusten.
ds. Anton Verbeek
Protestantse gemeente i.w. te Oudehaske
|